Travel: Zuid-Afrika – Wat. Een. Droomvakantie.

Zuid-Afrika tips

Oh Zuid-Afrika, wat was je fijn. Als een mens verliefd kan zijn op een land, ben ik het afgelopen februari op Zuid-Afrika geworden. Deze fijne plek heeft me met een kneiter van een pijl recht in m’n hart geraakt. Hoe dan? En waarom? Omdat Zuid-Afrika, naast goede looks, een belachelijk knap karakter heeft, omdat het speels is en spontaan en tegelijkertijd wijs en volwassen. Bovendien sprankelt het en verveelt het geen minuut. Je wordt van het ene mooie landschap naar het volgende schitterende uitzicht geslingerd, cruised er van het ene goede bord eten naar het volgende, nog betere plateau. Oh en dan hebben we het over de wijn en de aardiger dan aardige mensen dus nog niet eens gehad. Zuid-Afrika is authentiek, modern en tegelijkertijd traditioneel. En wij mochten er dus een prachtige reis maken. Meer weten? Lees verder…  

Kagga Kamma

Kagga Kamma Cederbergen
Kagga Kamma Cederbergen
Kagga Kamma Cederbergen
Kagga Kamma Cederbergen
Kagga Kamma Cederbergen
Kagga Kamma Cederbergen

Misschien heb je het verslag van dit eerste grote avontuur van onze Zuid-Afrika reis al meegekregen via Instagram. Maar zo niet, komt ie nog een keer: Vanuit Kaapstap reden we met onze huurauto (die een hele toffe Jeep had moeten zijn, maar uiteindelijk een vrij treurige Toyota bleek) naar Cederbergen. Dit gebied boven Kaapstad is nog vrij onontdekt, maar wel prach-tig! Terwijl we in onze auto van snelweg, naar autoweg, naar zandweg tuften, kleurde het landschap steeds wat roder. Er ontstonden heuse Bryce Canyon vibes. Te gek. Dat was het.

Eenmaal aangekomen bij het hotel, checkten we in voor de meest bijzondere hotelkamer in tijden. We sliepen in de Star Gazing Suite van het Kagga Kamma. Op een quad scheurden we naar deze suite in de openlucht. En dikke vette hoera! Want dit bleek echt de aller-, aller-, allervetste hotelkamer ooit. In the middle of nowhere (zo’n 25km van de bewoonde wereld vandaan) spotten we eerst met een glas bubbels in de hand de zonsondergang en daarna onder het genot van een biertje de milky way. De freaking milky way! Wat een waanzinnig mooie ervaring was dit.

Maar toen… Toen gingen we ‘slapen’. En werd het leven toch net even wat spannender. Want hoewel we in deze hotelkamer een bed én een bad op pootjes hadden, een douche en een toilet, sliepen we praktisch gezien natuurlijk gewoon midden in de natuur. Dit was geen kamperen 2.0 maar 20.0! Mocht een luipaard zin hebben in een kussengevecht of raw meat party oid, kon ie gewoon bij ons op bed jumpen. En nee, er was al zes jaar geen luipaard meer gespot in Kagga Kamma. Maar ja. Je weet maar nooit wanneer zo’n beest heimwee krijgt.

Toch deden we een poging om te gaan slapen. Dat lukte. Maar rond 2 uur schrok ik wakker. Jaap zat naast me, rechtovereind in bed. ‘Ik hoor iets in de bosjes’ fluisterde hij. En de gespannen ondertoon in zijn stem klonk weinig geruststellend. Het geluid van een beest ter grootte van een middelgrote hond, dat zich over de volle breedte van onze oh zo fancy suite verplaatste, riep trouwens evenmin een veilig en warm gevoel op. Totaal wakker staarden we met grote pupillen een uur lang naar de sterren, om vervolgens toch maar weer in slaap te vallen: De vermoeidheid won van de angst. Klinkt dramatisch. Maar was de keiharde werkelijkheid.

En om 4 uur was ik het die rechtovereind in bed zat. Het leek alsof er iets op m’n kussen was gevallen. Jaap moest lachen en zei dat ik verder moest slapen. Dat deed ik. Tot ik een half uur later iets voelde kriebelen onder de dekens. Ik gooide de dekens van me af. En in het flauwe licht van onze lantaarn zagen we het allebei: Een spin ter grootte van biljartbal. Oh jazeker, deze vrind was fakking huge en vond het wel gezellig daar zo onder de dekens. Nadat we hem uit bed hadden gekickt, lagen we beiden wéér een uur wakker. En zo ging het heel de nacht door.

Pas toen de zon op kwam, durfden we voorzichtig onze ogen te sluiten. Maar ook dat duurde niet lang. Een cosy wespengezinnetje was voor dag en dauw opgestaan om ons te komen wekken. En dus wisten Jaap en ik niet hoe snel we, al maaiend om ons hoofd en verwensingen roepend naar de familie W, onder onze oh zo romantische openluchtdouche moesten gaan staan. Gedouched en wel, pakten we onze spullen en stapten zo snel als we konden op onze quads. Op naar de bewoonde wereld!

Toen we later aan het perfect georganiseerde ontbijt zaten bij het hotel zelf, moesten we erg hard lachen. We hadden geen oog dichtgedaan, maar dit was wel een van de allervetste ervaringen ooit en ik had het voor geen goud willen missen! De tweede nacht sliepen we bij Kagga Kamma in een reguliere kamer. Eentje die uit de rotsen was gehakt. Ook bijzonder maar iets beter voor bloeddruk en nachtrust. Hoe dan ook… Kagga Kamma is een dikke vette aanrader, maar je moet wel een piepklein beetje Expeditie Robinson bloed in je hebben, anders wordt het niks.

Robertson Small Hotel

Robertson Small Hotel Zuid-Afrika
Robertson Small Hotel Zuid-Afrika
Robertson Small Hotel Zuid-Afrika
Robertson Small Hotel Zuid-Afrika
Robertson Small Hotel Zuid-Afrika
Robertson Small Hotel Zuid-Afrika

Ken je dat gevoel? Dat je bij een hotel aankomt en dat je vanaf minuut 1 denkt ‘JA!’. Nou, dat heb ik dus niet vaak. Ik ben namelijk belachelijk kritisch op hotels. Maar bij Robertson Small Hotel had ik het per direct. Dit hotel klopte gewoon. Van de kamer tot het zwembad en van de kunst in de gang tot de perfecte cappuccino’s: Alles was goed. Man, wat fijn! De omgeving hebben we niet verkend, maar je schijnt rondom Robertson (zo heet het dorp waar dit hotel staat) prima lekker wijn te kunnen drinken. En sowieso is Robertson een hele fijne plek voor een tussenstop vanuit Kaapstad richting Gardenroute.

De sprei op het bed, de gouden salontafel, de koloniale bogen aan de veranda, de cactussen in de tuin, de magazines in de lobby, de farrow and ball muren, de perfecte cappuccino, de rust bij het zwembad, het vriendelijker dan vriendelijke personeel, de boekjes met tips, de gratis fles bubbels: Het klopte. Het klopte zo ontzettend goed dat ik hier met heel, heel, heel veel plezier nog eens terug zou gaan. En dan blijf ik langer dan één nacht.

Gondwana Game Reserve

Gondwana Game Reserve
Gondwana Game Reserve
Gondwana Game Reserve
Gondwana Game Reserve
Gondwana Game Reserve
Gondwana Game Reserve

Next stop op onze Zuid-Afrika trip: Gondwana Game Reserve. Eindelijk op safari. Hoi! Feest! Ik was dus nog nooit op safari geweest. Maar het werd een van de allervetste ervaringen óóit! En dat zat hem in een aantal dingen. Allereerst: Het hele Gondwana hotel is ongelooflijk stijlvol. Authentiek en toch ook van nu. Afrikaans én Westers. En dat heeft een reden: Gondwana Game Reserve is van Mark en Wendy. Wendy was een succesvolle advertising executive in NYC, tot ze op vakantie naar Zuid-Afrika ging en een safari boekte die geleid werd door Mark, een Zuid-Afrikaan. Mark werd verliefd, Wendy werd verliefd en Wendy kwam acht maanden naar Zuid-Afrika om te kijken hoe het leven daar haar zou bevallen; Van de concrete jungle naar the real deal; een echte 180; een serieuze uitdaging! Maar het werkte. Nadat Wendy  voor Mark viel, viel ze als een blok voor het Zuid-Afrikaanse land. Mark wilde al tijden een eigen Game Reserve en dus besloten ze deze droom samen te gaan verwezenlijken: Gondwana Game Reserve is sinds 2007 een feit. Het stijlgevoel van deze Game Reserve is meegekomen vanuit New York (Dank, Wendy) en Mark zijn liefde voor natuur heeft ervoor gezorgd dat de dieren die hier leven écht met alle liefde en respect behandeld worden.

Wij sliepen bij Gondwana in rieten hutjes (de zogenaamde Kwena Lodges) en dat bleek een goede keus. ‘s Ochtends om 5:30u stonden we op om ons klaar te maken voor de eerste safari. En ja, dat was vroeg. Maar ja, zodra je de gordijnen opende, het uitzicht zag en vervolgens de frisse ochtendlucht opsnoof, was alles vergeven en vergeten. Alles. De safari die volgde vond ik echt een van de aller-, aller-, allertofste avonturen ooit. Het speuren, de frisse lucht (ik kan er weer even tegenaan hier in Amsterdam) en de bizarre ervaring van oog-in-oog staan met écht wilde dieren. Het was een magische cocktail. En hij smaakte ongelooflijk goed! Tel hier het vriendelijke personeel, de smakelijke gerechten en de oh zo fijne hotelkamers bij op en je begrijpt waarom ik bij Gondwana in plaats van drie nachten wel drie weken had willen blijven…

Hlosi Lodge

Hlosi Lodge
Hlosi Lodge
Hlosi Lodge
Hlosi Lodge
Hlosi Lodge
Hlosi Lodge
Hlosi Lodge

Tussen safari 1 en 2 maakten we een kleine tussenstop in Mosselbay. Dat was fijn en leuk, maar niet de moeite waard om heel veel verder over uit te weiden. Waar ik je wel graag wat meer over vertel? Safari nummer 2. Die vond plaats bij Hlosi Lodge. Het leuke van twee verschillende safari’s boeken is dat je écht voor twee verschillende ervaringen tekent. Bij Gondwana verbleven we in een chique kamer, bij Hlosi mochten we in een fancy tent logeren. Zó anders. Maar ook zo te gek! De Hlosi-tent was uitgerust met bad op pootjes, een heel fijn bed, airco, koelkast en compleet – heerlijk gestyled – zitje. Niet heel erg Expeditie Robinson dus dit. Het enige spannende aan deze tent: De buitendouche en het feit dat je ‘s nachts kon horen dat er het een en ander om de tent heen liep. Vermoedelijk olifanten, want die bleken erg dol op ons kamp (iets met droogte en een zwembad). Maar juist dat kleine spannende randje maakte het verblijf bij Hlosi tof! Precies daar ging mijn hart, letterlijk, net iets sneller van kloppen.

Het eten bij Hlosi was, net als de wijn trouwens, van wat mindere kwaliteit dan het eten bij Gondwana (jup, zelfs als je niet wil vergelijken, doe je dat toch) maar de sfeer bij Hlosi was wel losser. De safari’s en het landschap waren compleet anders en precies dat maakte het onwijs leuk. Overdag chillden we op onze eigen veranda. En terwijl we een boekje lazen en een drankje dronken, kwamen de giraffen, everzwijnen en buffels voorbij gehobbeld. Hoe tof is dat? Uhh. Ik zal die vraag even voor je beantwoorden: Heel tof. Mijn advies dan ook: Mocht je de gelegenheid hebben om, als je in Zuid-Afrika bent, twee keer op safari te gaan, ga dan naar zowel Hlosi als Gondwana. Twee hele verschillende maar oh zo toffe ervaringen. En moet je echt kiezen? Ga dan voor Gondwana als je, net als ik, echt heel blij wordt van mooie hotelkamers en kwalitatief eten. Kies voor Hlosi als je helemaal blij wordt van avontuur en een lekker losse sfeer. Maar eerlijk, is eerlijk: Je kan in deze eigenlijk geen verkeerde keuze maken. Kijk, dat is fijn!

Majeka House

Majeka House Stellenbosch
Majeka House Stellenbosch
Majeka House Stellenbosch
Majeka House Stellenbosch
Majeka House Stellenbosch
Majeka House Stellenbosch

Yes, hier had ik me van begin af aan écht op verheugd… Na alle natuur-avonturen werd het tijd voor wijn. Heel veel wijn. Te veel wijn? Nee. Dat kan niet als alles wat je drinkt goed, mooi en interessant is. Maar ok, laten we eerlijk wezen: Een kleine kater ligt altijd op de loer. En mocht je the day after nou toch wat last hebben van een kleine kater, is een heeele chille hotelkamer wel zo relaxed. En dus logeerden we in Stellenbosch bij Majeka House. Een tof hotel met frisse kamers.

Wij sliepen in de Jungle Room en die kan ik je van harte aanraden. Het design van deze kamer met junglebehang, donkergroene muren, rotan stoelen en okergele velvet kussens is namelijk tof! Maar ook de rest van het hotel is fijn. De tuin is vrolijk versierd met koningsblauwe terrasstoeltjes, het binnenzwembad waarvan het dak open kan is dé plek om die eventuele kater er dus uit te zwemmen en het restaurant is met haar roze lambrisering, gouden details en botanische illustraties helemaal on point, zoals men dat zo mooi noemt. Het enige minpunt van Majeka House: Het diner. Niet doen. Dat was namelijk ronduit slecht. Wat wel opmerkelijk is, want het ontbijt verdient dan wel weer een lintje! Lekker logeren dus bij Majeka House. Gewoon niet dineren. Dan komt het helemaal goed.

La Petite Ferme

La Petite Ferme Franschhoek
La Petite Ferme Franschhoek
La Petite Ferme Franschhoek
La Petite Ferme Franschhoek
La Petite Ferme Franschhoek

Holy shit! Neem even een droomspot in je hoofd. Zo’n bruiloft-plek. Goede wijn. Waanzinnig uitzicht. En een spot-on interieur. Dat. Heb je hem? Check? Ok. Now, let me tell you: Al die dromen van je komen uit bij La Petite Ferme. Jaap en ik stapten bij dit restaurant slash hotel binnen voor een lunch, plus aansluitende wijnproeverij en het werd een van de allerleukste middagen van 2019. Nu al. Niet meer van de troon te stoten!

Sowieso ben ik een sucker voor waanzinnig design en toffe kunst aan de muur. En dat alles is absoluut aanwezig bij La Petite Ferme. Het geheel is clean maar tot in de details doordacht. Dat wil zeggen: tot de custom-made borden aantoe. Heerlijk! Maar bij gevoel voor stijl houdt het nog niet op. Want loop je van binnen naar buiten? Dan word je, voor je er erg in hebt, omvergeblazen door het adembenemende uitzicht. Je kijkt vanaf de veranda van La Petite Ferme namelijk uit over hun eigen grasveld – inclusief schattige bankjes – én de complete valei van Franschhoek en Stellenbosch. Glooiend en romantisch met overal waar je kijkt wijnranken.

Adem in, adem uit en neem rustig plaats aan tafel. Dat is het devies. Wat ook het devies is? Genieten van het eten. Gelukkig is dat bij La Petite Ferme niet moeilijk. Want man, wat kunnen ze hier koken! Wij genoten van zucchini rolls en gefrituurde kip. En hoewel dit beiden hele eenvoudige klassiekers zijn, was de uitvoering alles behalve dat. Deze was juist creatief, smaakvol en origineel! Jezus, wat heb ik hier van de smaken en texturen genoten! Volvette wijn erbij. Niks meer aan doen! Of ja. Misschien nog even een wijnproeverijtje erachteraan klappen. Dat wel. Maar ach, ook dat is doorgaans geen straf. En bij La Petite Ferme al helemaal niet…

Door de lunch en alles wat daarbij kwam kijken, was ik al zo ongeveer in extase. Maar de wijnproeverij daar nog eens een schepje bovenop. We mochten plaatsnemen aan een zeer goedgevulde tafel met vier andere mensen. En nog voor de wijn werd ingeschonken, snoepten we van verse aardbeien, druiven en bizar goede kazen. Lekker! Net als de wijnen trouwens. Alhoewel, misschien is lekker niet eens het juiste woord. ‘Bijzonder’ is denk ik treffender. Want de wijnen bij La Petite Ferme hebben echt karakter! Ik houd normaal gesproken helemaal niet van Sauvignon Blanc. Maar van de flessen bij La Petite Ferme heb ik een doosje naar huis laten verschepen. Wat overigens nog best een opgave is, want bij La Petite Ferme exporteren ze slechts 18.000 flessen per jaar. Maar als je eenmaal bij La Petite Ferme bent geweest, zorgen ze er graag voor dat je – linksom of rechtsom – een doosje thuis krijgt. En dat is een feestje waard. Haal die kurkentrekker dus maar vast uit de kast.

Babylonstoren

Babel Babylonstoren
Babel Babylonstoren
Babylonstoren
Babylonstoren
Babylonstoren

Misschien wel de meest ge-Instagram’de tent van heel Stellenbosch/Franschhoek: Babylonstoren. En terecht ook wel. Want deze plek is fijn. Je waant je hier een beetje in Zuid-Frankrijk en dan op de beste manier mogelijk. Met mooie laantjes tussen velden vol verse kruiden, wilde bloemen en mooie heggen, met witte boerderijen, met kippen en met hanen, met een restaurant in een kas en hotelkamers waar een mensch een moord voor doet. Maar wil je even optimaal gebruik maken van de faciliteiten van Babylonstoren terwijl je lekker ergens anders, lees: voordeliger, slaapt? Dan heb ik een mooie shortcut voor je: Boek een spa-behandeling. Dat kost je omgerekend zo’n €60,-. Dus dat is best te doen. Bovendien mag je na die behandeling de rest van de dag van het zwembad + bijbehorende saunafaciliteiten gebruik maken. Super fijn!

Ook kun je Babylonstoren trouwens gewoon bezoeken voor een koffietje, lunch of diner. Wij Uberden naar Babylonstoren voor een diner en dat bleek zeker een goede beslissing. De voorgerechten bij Babel (het restaurant van Babylonstoren) zijn ingedeeld in kleuren: Geel, rood en groen. De kleur van je gerecht. En je kunt hierin geen verkeerde keuze maken. Alles is letterlijk super smakelijk. Bovendien komt alles bij Babel van eigen grond. Van het vlees tot de kruiden en alles daar tussen in. Over local-cooking gesproken. I love it. Er staan maar liefst 3 vegan opties op het menu maar ook een goed stuk vlees kun je hier bestellen. Helemaal fijn dus. Hier komt iedereen aan z’n trekken.

Vergeet trouwens niet om, voor je Babylonstoren verlaat, de winkel te bezoeken. Hier vind je een heleboel mooie spullen die je liefst NU mee naar huis neemt (niet vreemd, want dat is natuurlijk ook de bedoeling), maar ook een lieve groentewinkel en schattige bakkerij. Heb je dus zin in een picknick? Shop dan hier hetgeen je in je mand wil gooien, dan komt het sowieso helemaal goed. En ga je alleen naar Babylonstoren voor een koffietje en een wandeling? Ook dan heb je een topmiddag. Beloofd!

Delaire Graff & Tokara

Delaire Graff
Delaire Graff
Tokara
Tokara

Wil jij eens even lekker flaneren op de meest fancy spot van heel Franschhoek en Stellenbosch? Ga dan naar Delaire Graff. Geld-wapper-sessies gegarandeerd. Dat hoeft trouwens helemaal niet per se vervelend te zijn hoor. Je kunt hier namelijk lekker mensen kijken en bovendien word je zelf ook als een prinses behandelt. En laten we eerlijk wezen: Daar houden we stiekem, zo nu en dan, allemaal best wel heel erg van.

Bij Delaire Graff word je stoel netjes aangeschoven en geniet je vervolgens van belachelijk goed eten en de meest volle, vette Chardonnay in tijden. In een glas dat nog groter is dan je hoofd, overigens. Kleine tip wel: Ga je lunchen, doe dat dan bij Indochine. Je kunt ook in het reguliere restaurant van Delaire Graff een vorkje prikken. Maar bij Indochine serveren ze echt heel erg goed Aziatisch eten. En dat is, als je al een tijdje door Zuid-Afrika reist, een welkom smaakpallet! Bovendien zit je bij Indochine op een lief, klein terrasje lekker buiten. Terwijl je bij het reguliere restaurant het terras met zo’n 200 man mag delen. Voor de avond is het reguliere restaurant overigens denk ik een gezelligere optie. Maar pin me daar niet op vast, want dat heb ik dus niet geprobeerd.. Hoe dan ook word je bij Delaire Graff blij van de kwaliteit. Zowel op het gebied van eten en drinken als op het gebied van gastvrijheid en kunst. Tussen al die culinaire hoogstandjes kun je namelijk ook nog heel wat knaps aan de muur bewonderen.

Als je dan toch bij Delaire Graff bent, is het trouwens een goed plan om meteen even een kijkje te nemen bij Tokara. Deze winery ligt namelijk aan de andere kant van de weg. Je kunt daar naartoe rijden of lopen. Maar er is ook een mooie shortcut: Vraag de mensen bij Delaire Graff of ze je naar Tokara kunnen brengen. Voor je het weet zit je namelijk in een golfkarretje en word je tussen de wijnranken door naar winery nummer 2 vervoerd. Kostenloos. Super toch?

Tokara zelf is trouwens prachtig, maar de wijnproeverij die ze hier aanbieden, viel ons wat tegen. Een diner of lunch daarentegen lijkt me hier fantastisch en daar heb ik ook zeker goede verhalen over gehoord. De view vanuit het Tokara restaurant is namelijk prach-tig en het restaurant zelf is ook best lekker ge-designed. Conclusie: Niet zoveel tijd? Ga dan wijnproeven bij Tokara en lunchen of dineren bij Delaire Graff. Zeeën van tijd? Rijd dan gewoon twee keer op en neer en geniet van beide wineries lekker uitgebreid. Kan jou het schelen?